De oorsprong van Orval in... Bredene

Een andere vroegere Bredense brouwerij die ook een Franse naam droeg was "L´Esperance" van de familie Van Huele, die gelegen was Sas-Zuid, later Prins Albertlaan 84, in de na-bijheid van de eerste Saskerk.
Deze brouwerij werd omstreeks 1878 opgericht door Carolus Ludovicus Van Huele, eboren te Oudenburg in 1853, die gehuwd was met Nathalie Francisca Mermuys, geboren te Klems-kerke in 1852. Uit het huwelijk sproten vier dochters (1) en één zoon, nl. Joannes Augustinus Petrus Carolus, geboren te Bredene op 2 januari 1889.
Dat brouwer Van Huele op goede voet leefde met zijn concurrent Carolus Maryssael, van de brouwerij "La Cour Impériale" wordt bewezen door het feit dat deze laatste, samen met een andere begoederde Sassenaar, nl. steenbakker Engelbertus Billiouw (2), als getuige fungeerde bij het inschrijven van de geboorteakte van Joannes Van Huele.
Joannes Van Huele huwde op 23.09.1913 met Maes Hélène, geboren te Brugge op 20.09.1889, dochter van Henri Maes, exploitant van de gekende brouwerij "De Halve Maan" op het Walplein te Brugge.
Jan nam van bij zijn huwelijk het beheer der brouwerij van zijn vader over. Zijn ouders verhuisden naar de Leopoldlaan te Oostende. De brouwerij had verscheidene herbergen in eigendom, o. a. "La Maison Jaune" op de Visserskaai te Oostende, waar, zoals uit een oude foto blijkt, reklame van de bieren Van Huele op de gevel was geschilderd.

In de brouwerij was als knecht werkzaam de genaamde August DOOM, destijds woonachtig in de Zuidstraat te Sas-Slijkens.
Een zeventachtigjarige dochter van deze man, namelijk Alice Doom, is nog in leven en woonachtig in Temperance, Michigan, U.S.A., naar waar zij op 16 jarige ouderdom met haar ouders uitweek.
In 1988 bij een bezoek aan haar familie in België hebben wij de kranige ouderlinge ontmoet in het heemschut van Ter Cuere.
Ze wist met veel smaak te vertellen over het Sas van haar jeugd. Achteraf bleven wij met haar in briefwisseling. We vroegen haar ondermeer eens neer te pennen wat ze zich nog zoal herinnerde van de brouwerij Van Huele.
Ze bezorgde ons het schriftelijk relaas vol interessante gegevens dat wij hier letterlijk weer-geven en waaruit duidelijk blijkt dat ze haar "Vlaams" niet heeft verleerd en het nog vlot op papier weet te zetten. Hier volgt dit uittreksel uit haar brief:

" Mijn vader August Doom, zoon van Louis en Celia Pyra, was in Bredene geboren op 25 september1875. Zijn eerste werk was bij de brouwerij Charles Van Huele als knecht. Later stond hij met Henri Mallefason in voor de levering het bier met paard en wagen naar Oostende en omliggende. Op 8 mei 1901 trad hij in het huwelijk met mijn moeder Sidonie.
Twee dezer dochters liggen op het kerkhof van Sas-Slijkens in een gemeenschappelijk graf be-graven, nl. juffrouw Marie-Eugenie 0 28.04.1878 + 28.10.1902 en Angèle, weduwe van Dr. G. Maertens o 1886 + 1982.
Engelbertus Billiouw was woonachtig in het mooi huis op de Prinses Elisabethlaan dat thans betrokken wordt door de directeur van de Ibisschool. De school werd destijds trouwens in dezelfde stijl aangebouwd aan dit huis.
Bollenberg, dochter van Edward, stalmelker, en Hendrica Cuypers.
Charles Van Huele had één zoon, Jan, en vier dochters . Jan trad in het huwelijk met een dochter van de brouwerij Maes te Brugge en nam de zaken van zijn vader over. Dan werd het Sano bier gebrouwd. Voor zover ik mij herinner was het straf bier dat opgeslagen werd in grote vaten. Deze vaten lagen maandenlang te gisten in een aparte plaats van de brouwerij, om later afgetrokken te worden op flessen.
Charles Van Huele verhuisde met vrouw en dochter Irma naar de Avenue Leopold te Oostende.
Toen in 1914 de oorlog uitbrak gaf Jan Van Huele de sleutels van zijn buis en brouwerij aan mijn vader en gans de familie Van Huele vluchtte naar Engeland. Mijn ouders sloten ons buis in de Zuidstraat en wij gingen onze intrek nemen in het buis met brouwerij op de Prins Albertlaan.
Mijn vader, met behulp van de knechten, bouwde een muur in de gang van de brouwerij en in dit geheim vertrek verborgen ze bonderden flessen wijn en andere waardevolle zaken. De gang werd toegemetst en is toegebleven tot het einde van de oorlog. Jan Van Hue1e had ook een auto. Met blokken koolbriketten maakte vader met de knechten een onderdak op de koer, waaronder de auto werd verborgen. Kort nadien kwamen de Duitsers tot opeisen van de koolbriketten. Ze telden de briketten en dan moest mijn vader wel bekennen dat ze zoveel blokken niet konden leveren daar er binnenin een holle ruimte was waar een auto was ondergeplaatst . Zo was hij meteen verp1icht ook de auto aan de vijand in te leveren.
In februari 1915 werd een Duits regiment aan de Ijzer afgelost door verse strijdkrachten. Midden in de nacht kwamen grote troepen Duitse soldaten die van het front terugkeerden op bet Sas toe. Ze eisten overal plaats om ingekwartierd te worden. Mijn moeder had toen een baby van 3 dagen oud, nl. mijn zuster Cecile, geboren op 24 februari 1915.
De Duitsers die zeer brutaal optraden sloegen bij ons de glazen deur in en kwamen de brouwerij binnen met paarden en wagens. Wij zaten allen dood van schrik bij moeder in de slaapkamer. ´s Anderendaags moest ieder huis soldaten inkwartieren. Wij hadden er acht . Ze maakten hun keuken bij onze gebuur, Domien Vollemaere. Ze bleven twee maanden en moesten dan terug naar ´t front.
In 1916 kwam de 63 jarige Charles Van Huele, via Nederland, terug naar ´t Sas. Hij bleef bij ons tot hij een dienstmeid vond om hem te bedienen. Zo gingen wij dan die zomer terug in ons huis wonen in de Zuidstraat.
Gedurende gans de verdere duur van de oorlog was mijn vader verplicht voor de Duitsers te werken in de electriciteitscentrale te Slijkens. Bij het einde van de oorlog ging hij terug de brouwerij Van Huele werken, waar hij in totaal 25 jaar in dienst is geweest. Met zijn kroostrijk gezin van zes kinderen was hij evenwel verplicht naar betere verdiensten uit te zien. Hij heeft dan gedurende ongeveer een jaar werkzaam geweest op de schepen van De-cloedt in de Oostendse haven.
In 1920 zijn wij met gans ons gezin uitgeweken naar de States. We vertrokken op 14 april in Antwerpen en kwamen op 1 mei toe in Detroit bij mijn tante Nathalie Doom, die gehuwd was met Piet Dumon, een metseraannemer . Mijn vader geraakte onmiddellijk bij hem in ´ t werk. Ik als oudste kind was toen 16 jaar oud en kon ook onmiddellijk aan het werk in een autofabriek.
Mijn broer Henri was toen 12 jaar oud en mijn zusters Lydie, Cecile, Germaine en Irma waren toen respectievelijk 6,5 , 5, 3 en 1,5 jaar oud.
Andere knechten uit de brouwerij Van Huele die ik mij nog herinner zijn Gustaaf Lateste en Richard Terryn. Ik was nog zeer klein toen Richard Terryn vóór de eerste wereldoorlog verongelukt is in de brouwerij.
Op zekere dag was hij een aandrijvingswiel aan het "smouten". Dit wiel bevond zich hoog tegen de zoldering, zodat Richard op een ladder moest staan om de taak uit te voeren. Plots hoorden de andere knechten hem luid roepen. Hij was met de mouw van zijn hemd of vest gevat in het wiel en zo werd hij meegezwierd en herhaalde malen met zijn hoofd tegen de zoldering geslagen. Tegen dat men de machine kon stilleggen was het te laat. Richard was dood. Mijn vader die zeer goed bevriend was met zijn werkmakker Terryn is door dit tragisch gebeurde erg geschokt geweest . "
Tot zover deze echo´ s uit de brief van Alice Doom.

Zoals reeds bleek uit voorgaand relaas vluchtte gans de familie Van Huele bij het uitbreken van de oorlog op 3 augustus 1914 naar Engeland en vestigde zich daar in Hendon. Een tiental dagen voor deze uittocht was het echtpaar Jan Van Huele-Hélène Maes nog verrijkt met een zoontje, Karel, geboren te Bredene op 23.07.1914.
In Hendon werden nog twee dochters geboren: Mariette op 15.10.1915 en Lucette op 10.07.1917. Bij het einde van de oorlog keerde gans de familie terug naar Bredene en werd opnieuw gestart met de brouwerij. Blijkbaar als nasleep van zijn verblijf in Engeland liet Jan Van Huele zich voortaan John noemen.
Te Bredene-Molendorp werden nog twee dochters geboren: Christiane op 25.10.1919 en Hélène op 28.08.1922. Deze jongste dochter overleed te Bredene op 11 jarige leeftijd op 14.10.1933.
Het speciaal bier van de brouwerij Van Huele, Sano genaamd,- genoot een goede faam. Het was een goed gehopt amberkleurig bier van hoge gisting, dat men nu de naam "streekbier" zou geven.

Van Sano naar Orval:
Begin der jaren dertig was de abdij van Orval, gelegen in de vallei die het Gaumeland van de Ardennen scheidt, in volle heropbouw onder leiding van pater Norbert Van der Cruyssen, een geboren Gentenaar. Deze ondernemende man, een vroegere werkleider die tijdens de oorlog 1914-18 officier was bij de Genie, was na het einde der vijandelijkheden als Benediktijner binnengetreden in het klooster van de Grande Trappe in Normandië.
Hij zou van de heropbouw van de abdij van Orval, die al sinds 1793 door de Franse troepen volledig in puin gelegd was, zijn levenswerk maken.
Tijdens een bezoek aan Oostende had hij kennis gemaakt met John Van Huele en zijn Sanobier. Hij deed beroep op de Sasse brouwer om de paters van Orval in te wijden en bij te staan bij het brouwen van een abdijbier. John Van Huele aanvaardde en trok naar de nieuwe abdij waar hij een tijdje verbleef en onder zijn kundige leiding het nieuw Orvalbier op punt werd gezet.
Hoge gistingsbieren, bijzonder als ze komen uit de ervaring van dezelfde vakman-brouwer, zijn nogal gelijkend. Het schijnt dat Orval een betere en zwaardere versie was van de Bredense Sano. We weten niet of het huidige Orvalbier, dat zoals gekend sindsdien op ruime voet werd gecommercialiseerd, onveranderd is sedert John Van Huele er de nodige instructies gaf, maar een feit is zeker nl. dat deze Bredenaar aan de basis ligt van dit brouwsel.
In 1936 werd Dom Marie Albert Van der Cruyssen door de gemeenschap als 53ste abt van Orval verkozen. Tot aan zijn dood in 1955 bleef hij in contact met de brouwersfamilie Van Huele, waar hij vriend ten huize werd.
Verbreding van de Prins Albertlaan tussen de nieuwe Sasbrug en de kerk in 1937 betekende het einde van de brouwerij Van Huele te Bredene. In de reeks gebouwen die voor de uit-voering dezer werken dienden onteigend en gesloopt bevond zich ook het huis met brouwerij.
Het gezin verhuisde op 10 november 1937 naar Oostende, Wellingtonstraat 46. John van Huele nam er in de François Musinstraat de brouwerij "Calder" over, waar o. a. "Milkstout" werd gebrouwd. In 1958 stopte John Van Huele zijn bedrijvigheid. Zijn zoon Karel verbleef overwegend in Engeland, waar hij o.a. in dienst is geweest van de gekende Bassbrouwerij.
Met dank aan Alice Doom uit de U.S.A., Henri Maes uit Brugge, Jules Eneman uit Bredene en de Abdij van Orval voor de bekomen inlichtingen die de samenstelling van deze heemkun-dige bijdrage mogelijk maakten.
(Uit deze foto moet blijken dat SANO geen klein bier was.) Het werd geschonken in een eigen luxueus glas met zilveren rand en hoge voet. Benevens de merknaam in witte opgelegde letters vertoonde het ook het silhouet van een pater, die een dito glas in de opgeheven hand houdt.
De foto toont aan dat SANO niet enkel qua kleur van brouwsel maar ook qua presentatie veel gelijkenis vertoonde met het bier van ORVAL.
Het afgebeelde SANO-g1as is herkomstig uit het voormalig café "De Admiraal".

OVERGENOMEN UIT HET JUBILEUMNUMMER VAN DE HEEMKUNDIGE KRING VAN BREDENE "TER CUEURE" (Speciaal nummer anno 1983 (?)).