Brouwerijen te Zwevegem





bijeengesnuffeld deur den Wacho


Hallo,
Hier is alvast de 2° aflevering van ‘den BierBrief’. Graag wil ik alvast de vele intekenaars verwelkomen en dank hen voor het vertrouwen. Ook dank aan de brouwers en andere zythologen die hun medewerking hebben toegezegd. Zodra ik nieuws heb verhaard of iets nuttigs te vertellen heb (hier en daar ook iets onnuttigs zal er ook wel eens bij zijn) laat ik jullie een aflevering van BB zien.

Enkele tijd geleden was ik op zoek naar informatie van de brouwerij Bafcop uit Sweveghem. Ik richtte mijn pijlen naar HOP-lid Yvan Devlaminck, de man die zich al jaren inzet voor het goed functioneren van het Zwegemse halfoogstmonument Flanders Event. Deze vond eerst geen onmiddellijke informatie maar met de nieuwjaarswensen kwam er toch nieuws.
Zwevegemnaar Jaak Bataille leverde volgende gegevens.

België staat nog overal ter wereld bekend om zijn diversiteit aan streekbieren, maar in de gezellige ‘vroegere jaren’ waren er nog oneindig veel méér, want elk dorp had toen zijn eigen brouwerij. En als je over een ‘grotere gemeente’ sprak, waren daar altijd meerdere brouwerijen te vinden.

Naar het eind van de negentiende eeuw toe vormde Zwevegem daar geen uitzondering op. Toen waren er hier niet minder dan vier brouwerijen:

Brasserie Hector Demeestere & Co., Rue d’Avelghem 2
Brasserie Aimé De Pape, Rue d’Ooteghem 13
Brasserie Henry Sobry, Rue d’Ooteghem 21
Brasserie Aloïse Sobry, Rue d’Ooteghem 9
(Volgens de nijverheidstelling van 1891)

Brouwerij Hector Demeestere
Deze brouwerij was gelegen op de Plaats van Zwevegem, in de hoek van de Otegem- en Avelgemstraat, daar waar nu het parkeerterrein ligt van de gemeentelijke Werkwinkel.

Hector Demeestere was er dus in 1891 eigenaar en brouwer. In de beginjaren van de twintigste eeuw was Cyrille Bafcop, die klerk was bij notaris Vandevenne, zijn boekhouder.

Cyrille Bafcop werd stilaan door zijn werkgever ook in alle technische knepen van het vak ingewijd en in 1918 nam hij tenslotte de brouwerij van zijn baas over. Hij bleef op de Plaats brouwen tot in 1933. Toen nam hij de gebouwen van de brouwerij Sobry aan het kanaal over, verhuisde zijn installaties naar daar en sloot de oude brouwerij Demeestere.

Behalve een eerste foto die de oude brouwerij Demeestere in beeld brengt, tonen we in verband hiermee nog een tweede merkwaardige foto: het huwelijk in 1910 van de toen al niet meer zo jonge brouwer Hector Demeestere. In het midden zitten de brouwer en zijn bruid Lisa Beert. Ze zijn geflankeerd door links Cyrille Bafcop en rechts Gustaaf Beert, de vader van de bruid.

Op de tweede rij herkennen we Valère Demeestere (die van de Demeesterestraat) met zijn echtgenote en een paar brouwersknechten – van wie de rechtse Aloïs Dervaux is – en verder Alberic Cottenier, uitbater van Café Sint Sebastiaan juist naast de brouwerij, zijn vrouw Diete en hun dochtertje Paula, die later bekend stond als “Pola van ’t Statheus”.

Op de bovenste rij herkennen we nog als tweede van rechts Charles Decuypere uit Café Den Hovenier in de Kasteelstraat. De foto werd genomen op de binnenplaats van de brouwerij.


Brouwerij Aimé De Pape
Amper vijftig meter verderop in de Otegemstraat stond de brouwerij De Pape, waarvan de bedrijfsgebouwen achter café Het Oud Gemeentehuis lagen. Die gebouwen hebben na 1938 lange jaren dienst gedaan als brandweerarsenaal. Waarschijnlijk is dit de oudste van de in 1891 bestaande Zwevegemse brouwerijen. De eerste sporen ervan zijn immers terug te vinden in de wezenregisters van de achttiende eeuw, die ons vertellen dat een zekere Joannes Deleersnijder rond 1770 zowel de herberg Het Gemeentehuis als de brouwerij erachter in eigendom had.

Bij zijn overlijden zette zijn weduwe, geboren Isabella Clara Willaert, de zaak verder en hertrouwde later met Dominicus De Pape uit Kuurne. Volgens ‘De geschiedenis van Sweveghem’ (L. L. Bekaert – 1927) was deze Dominicus De Pape in het jaar 1800 de eerste Zwevegemnaar die beschikte over een ‘sjieze’ (een sjees). Tijdens de gevechten in 1814 tussen de Fransen en het oprukkende Pruisische leger komen brouwerij en herberg een paar maal in de belangstelling.

In 1900 was een afstammeling, Aimé De Pape, de uitbater, en dat bleef hij tot in 1919. Aimé De Pape was gehuwd met een dochter Vanrobaeys, een familie met aanzien, die in de onmiddellijke omgeving woonde. Haar broer nam de brouwerij in 1919 over en brouwde er verder bieren met hoge gisting tot in 1930. Om de groeiende concurrentie het hoofd te kunnen bieden werd vanaf 1930 overgeschakeld op bieren met lage gisting, maar Vanrobaeys heeft dat niet lang kunnen volhouden en weldra was de brouwerij alleen nog een depot van de brouwerij Verhaeghe uit Vichte. In 1935 kwam ook hieraan een einde en toen in 1938 de Zwevegemse brandweer werd gesticht, werden de gebouwen – zoals reeds vermeld – het eerste arsenaal.

Brouwerij Henri Sobry
Ook deze brouwerij was gelegen vooraan in de Otegemstraat, een paar huizen voorbij het huidige café ‘Shakespeare’, waar nu een flatgebouw te vinden is. Op deze plaats was later café Malpertus te vinden (later het Brouwershof genoemd).

Ook deze brouwerij moet oud zijn geweest, want ze werd al in 1790 uitgebaat door Sieur Clement van Dommele, “zijn domicilie ter usantie van bierbrouwerije hebbende”.

In 1891 was de brouwer er dus Henri Sobry. Eigenlijk had zijn vrouw (Julie Verriest, een zus van Hugo Verriest, de paster van te lande) die brouwerij geërfd van haar moeder, de van oorsprong Zwevegemse Caroline Vanackere.

Henri Sobry behoorde tot een belangrijke landbouwersfamilie en stond dan ook bij zijn huwelijk nog bekend als landbouwer. Maar hij werd daarna dus brouwer. Hij had blijkbaar geen opvolgers; (zijn zoon Karel droeg op 17 april 1900 zijn eremis op als priester van het bisdom Brugge). Hij stierf rond 1907 en de brouwerij werd verkocht aan de familie Mostaert.

De eerste wereldoorlog werd deze brouwerij fataal. De Mostaerts verdwenen uit Zwevegem en na de oorlog is er waarschijnlijk geen bier meer gebrouwen. Tussen 1920 en 1932 deden de gebouwen alleen nog dienst als stapelplaats voor bieren die elders werden gebrouwen. Hier kwam dan het café Malpertus tot stand (zie boven).

Brouwerij Aloïs Sobry
Deze brouwerij was gelegen aan de oostkant van het kanaal Bossuit-Kortrijk, werd in 1933 door Cyrille Bafcop overgenomen en stond daarom later algemeen bekend als de ‘Brouwerij Bafcop’.

Een document van 1875 vertelt ons dat een zekere Leopold Buyssens de toelating had bekomen om voor zijn brouwerij water te betrekken uit de vaart. Aangezien de telling van 1891 geen gewag maakt van een brouwerij Buyssens mogen we aannemen dat Aloïs Sobry toen de genoemde Buyssens als brouwer aan het kanaal was opgevolgd.

Aloïs Sobry behoorde tot dezelfde familie als de bovenvermelde Henri Sobry: ze waren kozijns van elkaar. Toen Henri op 19 januari 1869 in Deerlijk trouwde met Julie Verriest was Aloïs trouwens zijn getuige. Later zijn ze dus concurrenten geworden.

Aloïs Sobry was behalve brouwer ook gemeenteraadslid van Zwevegem, vanaf 17 februari 1867, en werd schepen op 21 januari 1888. Hij stierf op 2 september 1893 en zijn zoon Paul nam de brouwerstaak over, maar ook de ambten: hij was gemeenteraadslid vanaf 17 november 1894, en schepen vanaf 15 oktober 1899 tot aan zijn dood in 1933. Hij was dus nagenoeg 35 jaar lang schepen en diende onder drie burgemeesters: Theophiel Toye, Leon Leander Bekaert en Leon Antoon Bekaert. Hij werd echter wél de laatste brouwer van de familie. Toen hij in 1933 verongelukte nam Cyrille Bafcop de zaak over, verliet zoals gezegd de vroegere brouwerij Demeestere aan de Plaats en vestigde de brouwerij Bafcop definitief aan het kanaal.

Cyrille Bafcop had als brouwer al gouden zaken gedaan, maar was nog gelukkiger toen een erfenis uit het Poperingse in het jaar 1929 hem vele miljoenen en tientallen herbergen in de schoot wierp. Hij had dus de nodige middelen om de oude bedrijfsgebouwen Sobry uit te bouwen tot een moderne brouwerij. Dat gebeurde, en Cyrille Bafcop werd een figuur met aanzien in de wereld van de West-Vlaamse brouwers. Hij bracht het overigens tot voorzitter van de Vereniging der Brouwers uit het Kortrijkse.

Cyrille Bafcop verongelukte in zijn brouwerij in het jaar 1940 en de zaak ging over naar zijn zoon Charles en zijn dochter Isabelle, die gehuwd was met handelaar Lemahieu uit Kortrijk. Charles Bafcop zou nog blijven brouwen tot in 1954, toen ook hij door een ongeval om het leven kwam: er was brand ontstaan in zijn slaapkamer.

De zaak werd voortgezet door Isabelle, die echter niet meer zelf brouwde en de brouwerij omvormde tot een bierdepot voor andere brouwerijen. De zaak verviel nogal snel en de gebouwen stonden geruime tijd leeg. Ze verdwenen bij de verbredingswerken aan het kanaal in 1980 en dat was meteen het einde van alle vier de brouwerijen in Zwevegem.

Rodenbach tijdens de lunchpause of een geplande conditietraining?
Toch niet, het is een geslaagde fotosessie met een dansgroep Schaduw?
De Izegemse fotograaf Frank Meurisse legde het op de gevoelige plaat





Van de BB-redactie veel dank aan Frank Meurisse (fotograag De Weekbode), Yvan Devlaminck (Flanders Event vzw) en vooral naar Jaak Bataille voor de voorbeeldige informatie. Hopelijk hebben jullie er iets van opgestoken, mocht het je niet interesseren wacht dan gewoon de volgende BierBrief af. Intussen wens ik jullie verder veel biergenot en tot lees.

Vele groenselkes ut Izegem van den Wacho