West-Vlaamse brouwerijen doen het uitstekend

Ondanks een eerder
marginale inbreng op nationaal niveau doen de West-Vlaamse brouwerijen
het de jongste jaren erg goed. Met nog heel wat productiereserves en
exportpotentieel oogt ook de toekomst rooskleurig. Dat blijkt uit een
studie van het kwartaalblad West- Vlaanderen Werkt en hogeschool
Howest die woensdag in Roeselare werd voorgesteld.

Voor de studie
werden 17 van de 28 West-Vlaamse brouwerijen doorgelicht, waaronder
Brouwerij Omer Vander Ghinste (bekend van het Omer-bier) en Brouwerij
De Brabandere (Bavik). De andere 11 brouwerijen zijn te klein en
spelen dus weinig rol van betekenis. De West-Vlaamse brouwerijen
produceerden in 2013 gezamenlijk 530.000 hectoliter bier, of een
stijging met 20 procent op vier jaar tijd. Desondanks maken ze amper 3
procent uit van de totale nationale productie (ruim 17,5 miljoen
hectoliter). Dat is voornamelijk een gevolg van de aanwezigheid van
internationale spelers als AB InBev, Duvel Moortgat, Co.Br.Ha en
Alken-Maes.

Ook de toekomst ziet er goed uit, want de brouwerijen
vinden steeds vaker de weg naar het buitenland. Zo verlaat 34 procent
van de West-Vlaamse productie BelgiŽ, een stijging van 11
procentpunten in vergelijking met tien jaar geleden. Daarmee probeert
West-Vlaanderen de kloof met het nationale gemiddelde, dat op 68
procent ligt, structureel te dichten. Bovendien investeerden de
bedrijven, in de meeste gevallen nog steeds familiebedrijven, de
jongste vier boekjaren 35 miljoen euro en is het uitkijken naar de
productiestart van de gloednieuwe industriŽle brouwerij van Van
Honsebrouck in Emelgem (Izegem). De West-Vlaamse brouwerijen zijn
volgens de studie goed voor 350 rechtstreekse banen. Indirect zorgt de
sector voor 900 jobs.

UIT: De Bierbrief van Wacho nummer 307