Over de hoogleraar die te veel bier dronk: kort !

Over de hoogleraar die te veel bier dronk: kortverhaal.

Door Francis De Smet



Hij drinkt wel eens een "biertje" weet men...

Die dag heeft hij wel voor eeuwig en altijd zijn reputatie gevestigd.
De aanleiding was een maaltijd ter nagedachtenis (dus ter viering)
van een collega die vertrekt.
Professor Debrabandter, we zullen hem zo noemen want we zijn Westvlamingen
nietwaar, had zijn speech goed voorbereid maar wilde voor alle zekerheid
- om niet te stamelen - een paar biertjes drinken.
Wijn doet slapen, whisky doodt de microben maar bier geeft kracht
en kuist de ingewanden zo moet hij gedacht hebben.
Professor Debrabandter stamelt!
Zijn vrouw wist het, de rector wist het, nog een aantal familieleden
wisten het maar zijn collega s werden geacht het niet te weten.
Stamelaars zijn zwakkelingen !
Dus hangt hij aan de toog en slurpt er gauw twee binnen.
Zijn oog valt op de doorzichtige koelkast en hij merkt een flesje Bush op
dat hij nog nooit gezien heeft.
Geef maar op denkt hij en hij bestelt er twee van aan de barman.
Nu is hij klaar voor zijn denderende speech waarvan hij de zinnen als kanonschoten
lost op de verbrouwereerde aanwezigen.

Hij beseft niet bij het applaus aan tafel dat het ergste nog moet komen.

Hij kan zich rustig neerzetten en genieten van de strelende opmerkingen maar
intussen zet de alcohol zijn opmars verder als hij snel twee Westvleterens Tripels
achterover drukt.
Hij beseft pas dat hij dronken is als hij naar het toilet wandelt waar hij zijn lading lost
maar waaruit hij niet uit kan komen alhoewel hij gedurende minuten aan het slot prutst.
Dan maar via het luchtvenster trachten weg te komen.
Hij duwt zich in het venstertje maar midweegs blijft zijn lichaam vast
en kan hij er zich niet meer uitwringen.
Hij ziet nu ook dat hij op twee meter hoogte hangt!
Hij roept om hulp.
Uiteraard komt niemand opdagen.
Hij probeert opnieuw terug te kruipen.
Hij moet hiervoor zo veel kracht gebruiken dat hij zijn hemd scheurt maar daarom is hij nog niet los.
Hij roept nog luider om hulp.
Uiteindelijk komt iemand opdagen die hem er uit helpt met een ladder.
- "Dank U"
zegt hij aan de keukenhelper.
HIj vreest nu zijn collega s de hand te moeten schudden want die zullen
zeker zien dat er iets met hem scheelt.
Hij moet naar huis om andere kleren aan te trekken.

Wie komt hij tegen op weg naar zijn auto?
Zijn collega s die zich verwonderen hoe dat iemand die zo de loftrompet
kan steken over een van hen,
nu zo achteloos en in totaal verwarde toestand
aan hen voorbijschiet.

Dit verhaaltje heb ik van de keukenhelper en van de barman.
Het schijnt dat professor Debrabandter sindsdien nooit geen bier
meer gedronken heeft tijdens de middagpauze (in de kantien wel te verstaan).

--