De bierslag van Zannekin

De Bierslag van Zannekin; De Mouterij-brouwerij Saint-Louis in Lo (19de-20ste eeuw) door Chris Vandewalle


Opnieuw kreeg ik de kans en het vertrouwen om een derde monografische studie uit te schrijven over een brouwerij.In illo tempore wist ik niet wat dit ging worden. In augustus 2003 maakte ik bij toeval kennis met fragmenten bedrijfsarchief van de mouterij-brouwerij Saint-Louis in Lo.

In Berchem was ik op zoek naar biografische gegevens van mijn notoire voorganger Archivaris Ernest Hosten die in 1911 huwde met de brouwersdochter Marguerite-Edmunda Verlende. Tijdens mijn tweedaags verblijf bij Thérèse Vanmaele-Hosten kwamen veelvuldig familiale verhalen en anekdotes ter sprake en nooit was de link met de brouwerij in Lo veraf. Ook het 19de eeuws fotomateriaal dat ik onder ogen kreeg vertelde mij een ongedwongen en sympathiek verhaal.
Doorheen mijn vele contacten ken ik Louis Verlende uit Zedelgem. Met hem proefde ik in de late zomer van 2003 het resultaat van zijn eerste brouwste. Het Zannekin-bier, gebrouwen volgens het authentieke recept. Hij vertrouwde mij een extra fles toe en een ongeschonden etiket als aandenken.
Door het terugdenken aan deze twee contacten werd het voor mij duidelijk dat dit de basis was voor mijn nieuwe studie. Aangespoord door de vraag wat de figuur Zannekin en de brouwerij Saint-Louis in Lo met elkaar gemeen hadden, vroeg ik Louis of hij archivalia bezat van zijn grootouderlijke brouwerij. Hij haalde bij zijn ooms en tantes het verspreide materiaal bijeen, die samen met het genealogisch en historisch onderzoek in overheidsarchieven, diende als basis voor deze negende studie. Ook de mondelinge getuigenissen van de familie Verlende en anderen waren zeker niet te verwaarlozen.

Deze nieuwe monografie werd uitgewerkt in zeven hoofdstukken, waarbij de concentratie ligt bij hoofdstuk vier. Per generatie wordt de evolutie van de brouwerij en de mouterij vanaf haar oprichting in 1847 tot 1966 geschetst. De uitgaven combineert grondig historisch onderzoek uit ondermeer kadaster- en notariaatarchieven, lokale pers, briefwisseling uit familiearchief, historisch fotomateriaal en onderzoek in situ.
Bijzonder van aard zijn de authentieke notities van brouwer Louis Verlende-Faure (1877-1971) uit de zestiger jaren. Deze stukjes tekst werden cursief afgedrukt doorheen het historisch verhaal. In hoofdstuk vijf en zes komt de brouwer aan het woord en komt de auteur niet tussen. Louis vertelt over zijn eigen ervaringen, gedachten en realisaties in zijn eigen bedrijf. Hij weet een boeiend verhaal te vertellen van wisselende activiteiten, van ondernemings- en handelsgeest, gepaard gaande met het fiere vakmanschap en de noeste arbeid van de brouwersstiel.

Deze monografie van de familie Verlende situeert zich geheel binnen de context van oprichting, bloei, industriële vernieuwing en fusioneren tussen circa 1850 en de Tweede Wereldoorlog.
Met pijn in het hart heeft de vorige generatie -vijfig jaar geleden-, de mout- en brouwactiviteiten stopgezet. Noch het technische vernuft van Karel Verlende, noch de inzet van brouwingenieur André Verlende, konden dit verhinderen. Na de Tweede Wereldoorlog was er een grote tendens naar concentratie in de brouwerswereld, waardoor kleine familiebedrijven moesten afhaken. Ook de smaakwijziging naar pils (lage gisting), was voor veel bedrijven noodlottig. André Verlende, de laatste brouwer van de familie, bleef in de sector bij de brouwerij Van Roy te Wieze, en later bij brouwerij Aigle Belgica te Brugge. Zo kwam er een einde aan honderd jaar mout- en brouwactiviteit bij Saint-Louis te Lo. In de vrijgekomen brouwerswoning werd het restaurant, en het latere hotel, De Oude Abdij ingericht.

Daarvoor was de familie Verlende verschillende generaties als mouter-brouwer actief en Elzendamme (1770), Pollinkhove, Slijpe en Lo.
Tijdens de 18de eeuw was Alipius Verlende (1736-1793) vanaf 1770 kalkbrander en brouwer langs te IJzer te Elzendamme. Deze voormalige brouwerij L’Ancre d’Or kunnen we vandaag nog situeren op de linkeroever van de IJzer, op het grondgebied van Hoogstade.
De oudste zoon van Alipius, Arnoldus Verlende (1769-1812) vestigde zich in een kleine brouwerij op de wijk Rattevalle in Slijpe. In 1872-1873 bouwde zijn opvolger Carolus Verlende (1849-1936) een nieuwe brouwerijboerderij in Slijpe-Dorp. Deze brouwerij was actief tot 1937. En in handen van de familie Harteel.
De jongste zoon van Alipius, Petrus, werd door huwelijk brouwer in Pollinkhove. Zijn kinderen vonden elk hun weg naar de stad Lo. Zijn zoon, Lodewijk (1812-1880), startte de brouwerij Saint-Louis in Lo. Onderwerp van deze studie.

Hiertoe kocht Lodewijk een verbouwde woning in het voormalige Sint-Pietersabdijcomplex in Lo, die hij verbouwde tot brouwerij. Voor de inrichting werd in 1846 een tweedehandse brouwinstallatie opgekocht bij Provoost, gewezen brouwer in Diksmuide. De brouwerij had een vermoedelijke brouwcapaciteit van circa 2300 liter.
Lodewijk brouwde tot in 1875, waarna het bedrijf werd overgenomen door zijn zoon Edward Verlende-Van Hee (1852-1907). De brouwerij Saint-Louis kende in het laatste kwart van de 19de eeuw drie belangrijke uitbreidingen. In die zin kunnen we stellen dat de bestaande brouwerijfunctie werd aangevuld met twee samenhangende activiteiten; zijnde de mouterij in 1884 en de suikerdrogerij in 1895, welke later verbouwd werd tot maalderij.
Na het overlijden van Edward werd zijn weduwe, Zoë Van Hee (1849-1923), volwaardig brouwster. Zoon Louis (1887-1971) onderbrak zijn studies aan het College van Veurne om zijn moeder bij te staan in het bedrijf. Louis huwde in 1913 met de Alveringemse brouwersdochter Leontine Faure (1888-1965). Vanaf 1931 moderniseerde Louis grondig zijn mout- en brouwinstallaties. Het 19de eeuwse procédé werd aan tussenoorlogse brouwerijnoden aangepast. Dankzij deze moderniserende ingrepen groeide de mouterij-brouwerij uit tot één van de belangrijkste mout- en bierproducenten van de streek. De gemiddelde jaarproductie bedroeg 150 ton mout en 6000 hectoliter bier. In de mouterij-brouwerij waren doorgaans acht arbeiders tewerkgesteld.

Geïnspireerd door de Vlaamse gedachte, ontwikkelde Louis na de Eerste Wereldoorlog zijn streekbier en doopte het Zannekin. Tijdens het Interbellum groeide dit bier uit tot streekbier van Veurne-Ambacht. Het was tot ver daarbuiten bekend via de IJzerbedevaart. Dit blonde bier van hoge gisting (4,5 %vol.) werd uitsluitend met lokale ingrediënten gebrouwen. Vooral de hop uit Poperinge (variëteit Witte Ranke) gaf een specifieke aromatische smaak. Daarnaast brouwde men ook bruine bieren van hoge gisting, namelijk Abdist 1e Klas, Abdijbier Extra Zwaar en Loo’s Export Bier, dat een hoog alcoholgehalte bezat. Voor het huishoudelijke verbruik werd het donker en bleek tafelbier Duvekot op de markt gebracht. Het Abdijbier werd ontwikkeld in nauwe samenwerking met de abdij Sint-Sixtus uit Westvleteren, en werd alom geprezen voor zijn hoogstaande kwaliteit.
Na een onderbreking van bijna 40 jaar werd opnieuw Zannekin gebrouwen. Of met Louis’ eigen woorden: ‘Wat is water toch lekker, als het in de brouwerij is geweest.’. (Chris Vandewalle)

‘De Bierslag van Zannekin; De Mouterij-brouwerij Saint-Louis in Lo (19de-20ste eeuw)’, is te verkrijgen in het Mout- en Brouwhuis De Snoek, Fortem 40 te 8690 Alveringem-Fortem. Info: T en F 058 28 96 74, museum@desnoek.be en www.desnoek.be