Over het mannetje dat de stampers stal

KORT VERHAAL door Francis De Smet: Over het mannetje dat de stampers stal.


Het is een dag waarop men goed moet weten wat gedaan anders verveelt men zich dood.
Zo heb ik nog een klein uurtje over om de trein te nemen.
Ik ga naar het cafe van het station en bestel een Whieckse Witte.

- Met schijfje citroen?
vraagt de kelner aarzelend.
- Ja, en met stamper.

De brave man ziet er vijftig uit.
Ik denk: nu eens een oudere, dan weer een jongere.
Hoe lang zou hij dit beroep al doen?
Hoe lang werkt hij op een dag, een dag zoals vandaag waarin ik beslist had om niets te doen.
Deze gedachten slenteren door mijn hoofd als hij het zware glas met het goudgele bier, het citroenschijfje, het stampertje en de volle fles op tafel zet.

- Hoeveel?
Ik wil onmiddellijk betalen.
- Een euro vijftig.
- Twee euro en ik neem het stampertje er bij.
- Mooi stampertje,
knikt hij en tevreden loopt hij weg.

Nu valt mij dat stampertje zo op, het is er eentje, een geeltje dat ik nog nooit gezien heb.
Het staat keurig in het glas, naast het citroenschijfje en het nodigt mij uit om eens hard op het citroentje te duwen.
Zo, ik duw er hard op maar net niet te hard want het is plastic.
Ik kan het niet laten van het in mijn zakje te verbergen.
Ik bestel nog enkele Wittes.
Intussen is de oudere kelner weg en er is een jongere.
Die neemt het geld steeds aarzelend aan.
Oh, het zijn misschien mijn gedachten: jongere kelners zijn geen fooien meer gewoon.
Het bier smaakt mij en ik geniet er van.
Ik stop telkens het stampertje dat ik bij het nieuwe glas krijg weg.
Ik ben er mij van bewust dat ik misschien de ziekelijke neiging heb om die prulletjes te verzamelen.
Na een tiental pinten voel ik mij als een zachtgekookt eitje dat op de bodem van de kookpot in het water bibbert en ik maak aanstalten om te vertrekken.
Ik denk dat ik nog net de trein kan nemen van twee uur later dan oorspronkelijk gepland.
Ik sta lichtjes-waggelend op en zie dat de baas nerveus aan het telefoneren is.
Als ik naar buiten stroom, komen plots twee politiemensen op mij af.

- Mogen wij even uw tas zien?
Ik open mijn tas en daar liggen de stampertjes te blinken.
- U hebt deze ontvreemd in de brasserie hiernaast!
Geef mij uw identiteitskaart a.u.b.
De ene neemt de identiteitskaart en leest en de andere vraagt:
- Waar moet U naar toe?
- Naar Oostende
stamel ik met droge keel.
Ik voel nattigheid.
- U moet eerst mee naar het bureel voor een korte ondervraging.

Ik stap gedwee op de combi want in mijn huidige toestand is het niet aan te raden van veel commentaar te geven.
Het transport duurt een kwartiertje, we rijden door gans de stad en dit geeft mij herinneringen aan alle plaatsen die ik zo graag bezocht.
Alsof het mijn laatste reis is.
Ik moet uitstappen maar de alcohol heeft zijn uitwerking en ik tuimel bijna uit de combi.
Ik word naar het bureau geleid waar men mijn identiteitskaart afschrijft.
In een ander hoekje van de zaal typt een inspecteur als een gek aan zijn verslag voor twee zogenaamde asielzoekers
die er uitzien alsof ze uit een vrachtwagen gevallen zijn.
Een onbeschrijfelijk beklemmend gevoel overvalt mij.
Waar ben ik terechtgekomen denk ik.
Ik moet aanzitten aan een bureau waarop nog de kruimels liggen van het vieruurtje.
Een vaderlijke politieman spreekt mij onderzoekend aan:

- Meneer De Schaepdrijver, vertelt U mij eens waarom U die stampertjes hebt meegenomen.
- Ik vond ze zo leuk, sprietjes mag je toch ook meenemen?
- Maar U kunt zoiets toch vragen, waarom stelen.
U wordt beschuldigd van diefstal van stampertjes.
Er zijn verschillende getuigen die gezien hebben dat U deze in uw zak hebt gestopt.
De grond schuift onder mijn voeten, zie ik er dan werkelijk uit als een dief?
- Ik bel naar de procureur van dienst om te weten of U moet vastblijven deze nacht.
Is er nu nog grond onder mijn voeten of heb ik te veel gedronken?
- Meneer de procureur, het is hier met de chef van dienst van de spoorwegpolitie.
Ik heb hier iemand bij me zitten, een zekere De Schaepdrijver die in een cafe prullaria heeft gestolen.
Moet ik die vasthouden?

Prullaria?
Zijn stampertjes nu al prullaria?
Ik vrees dat die procureur niet het flauwste benul heeft van wat stampertjes eigenlijk zijn.
Er volgt nog wat heen en weer geklets tot de politieofficier de hoorn neerlegt met een grimmig "O.K. meneer de procureur" .
- Meneer, U blijft deze nacht bij ons !

Nu is het alsof het plafond op mijn hoofd valt.
Ik word er mij plots van bewust dat de alcohol volledig uitgewerkt is.
Ik voel zoiets als de stress die opgejaagde dieren moeten hebben als zij oog in oog voor hun jager staan.
Als ik protesteer dat men het meedoen van zaken die bij het bier worden gegeven toch bezwaarlijk als diefstal kan bestempelen antwoordt men mij gevat:
- Als U kleinigheden kunt wegnemen zult U ook belangrijke zaken wegnemen.

Zo beland ik in een cel zonder vensters nadat ik mijn schoenen en protefeuille heb afgegeven.
Waarna ik op de harde brits inslaap en droom van die ijzeren stampertjes van vroeger die zo veel mooier waren.

--
Francis De Smet - authentieke tekst van de auteur.